Curaçao heeft een kleur die je nergens anders ziet. Niet één kleur eigenlijk: het water in de baaien loopt van melkglas-turquoise bij het zand naar diep kobalt waar de bodem wegvalt, en die overgang is zo scherp dat je hem vanaf de kalksteenrotsen kunt aanwijzen. De passaatwind waait er het hele jaar, warm en gelijkmatig, en wie een snorkel opzet zwemt binnen een paar meter tussen de papegaaivissen. Mijn eigen huisrif ligt in Egypte, maar ik begrijp iedereen die het hier zoekt.
Dat steeds meer Nederlanders het er zoeken, is duidelijk: de Antillen doken deze zomer weer op in de toplijstjes van de reisorganisaties. En daarmee komt een vraag terug die op Curaçao net iets anders ligt dan in Turkije of Griekenland: moet je hier eigenlijk wel all-inclusive boeken?
Waarom de vraag hier anders ligt
In de klassieke all-inclusive landen is het resort de bestemming. Op Curaçao is het eiland de bestemming. De mooiste baaien, Grote Knip voorop, liggen een eind rijden van de grote hotels; Willemstad met zijn gekleurde gevels vraagt om een middag slenteren, en het lekkerste eten staat soms gewoon langs de weg, bij een truk’i pan, zo’n foodtruck waar de lokale keuken op zijn best is. Wie de hele week binnen de resortpoort blijft, mist waar dit eiland goed in is. Dat is het eerlijke verhaal.
Wanneer all-inclusive op Curaçao wél loont
En toch is de formule er de laatste jaren hard gegroeid, met een handvol grote strandresorts erbij, en daar zijn goede redenen voor. All-inclusive loont op Curaçao als je vooral komt om bij te komen: een resort aan een eigen strand, met het rif op zwemafstand van je ligbed, en geen enkele beslissing die verder reikt dan de cocktailkaart. Het loont met kinderen, voor wie het eten-op-elk-moment en het kinderbad meer waard zijn dan de mooiste verre baai. En het loont financieel: eten en drinken zijn op Curaçao niet goedkoop (veel wordt geïmporteerd), dus wie alles los afrekent, is aan het eind van de week soms duurder uit dan de all-in gast. Reken op zo’n 1.400 tot 1.900 euro per persoon in het hoogseizoen van december tot april; in het najaar zakt dat richting de 1.200.
Het beste van twee werelden
De oplossing die ik zelf zou kiezen, en die steeds meer boekers kiezen: combineer. Boek all-inclusive voor de luie basis, en huur voor twee of drie dagen een auto. De westpunt-baaien liggen op een uur rijden, kleine kommen turquoise tussen de rotsen waar je met een beetje geluk een zeeschildpad treft. Eén avond Willemstad, één truk’i pan, en je hebt het eiland gezien zonder de rust op te geven. Andersom kan ook: wie vooral wil rondtrekken, boekt logies met ontbijt en laat de all-in lopen; op dit eiland is dat geen verkeerde keuze maar een andere.
Waar je op het eiland zit
Curaçao heeft geen aaneengesloten hotelstrook zoals de Turkse Rivièra; de resorts liggen verspreid, en waar je zit bepaalt je week. Jan Thiel, in het zuidoosten, is de levendigste keuze: een baai vol beachclubs, restaurants op loopafstand en het gevoel dat er ’s avonds iets te kiezen valt. Mambo Beach en omgeving, net onder Willemstad, combineert een breed, aangelegd strand met de kortste lijntjes naar de stad — handig voor wie die avond Willemstad zonder huurauto wil doen. Piscadera en Blue Bay, ten westen van de stad, zijn de rustige resortbaaien, met huisriffen waar je vanaf het strand zo overheen zwemt. En wie voor de westpunt kiest, zit ver van alles en precies daarom goed: daar liggen de baaien waar dit eiland zijn ansichtkaarten aan dankt.
Voor snorkelaars is de volgorde van west naar oost trouwens ook een kwaliteitsvolgorde: Playa Lagun en Kleine Knip aan de westkant horen bij het beste dat je zonder duikbrevet kunt zien, en bij de Tugboat, een scheepswrakje op een paar meter diepte in het zuidoosten, snorkel je letterlijk óver een verhaal heen. Wie eenmaal geproefd heeft, leest verder in onze snorkelgids — andere zee, zelfde verslaving.
Praktisch: de reis en het seizoen
De vlucht duurt zo’n negenenhalf uur, rechtstreeks vanaf Schiphol, en het mooiste is de aankomst: door het tijdsverschil land je halverwege de middag en zwem je dezelfde dag nog. Curaçao ligt buiten de orkaanzone en is het hele jaar 29 tot 32 graden; ook de zomervakantie en het najaar zijn er betrouwbaar, en vaak honderden euro’s goedkoper dan de kerstweken. Alle badplaatsen, resorts en veelgestelde vragen staan in onze complete Curaçao-gids.
Nog drie dingen die het aankomen makkelijker maken. Geld: het eiland heeft zijn eigen gulden, maar de dollar wordt werkelijk overal geaccepteerd en pinnen gaat zoals thuis — grote contante bedragen zijn nergens voor nodig. Taal: Nederlands en Papiaments staan naast elkaar op de borden, en je bestelt, vraagt en regelt alles gewoon in je eigen taal; voor wie voor het eerst zo ver vliegt is dat een onderschat cadeau. En het tijdsverschil van vijf tot zes uur werkt maar één kant op vervelend: de heenreis is een lange middag, de eerste ochtenden word je vanzelf vroeg wakker — precies op tijd om het strand leeg te hebben.
Drie vragen die steeds terugkomen
Kan de zomervakantie echt, zo dichtbij de evenaar? Ja, en beter dan de meeste mensen denken: augustus is er even warm als januari, de passaat waait door, en orkanen slaan vrijwel altijd noordelijker toe — Curaçao ligt onder de baan. Wanneer is het regenseizoen? Oktober tot december valt er af en toe een stevige bui, meestal ’s nachts of een half uur overdag; grijze dagen zoals wij ze kennen bestaan er nauwelijks. Heb je een huurauto nodig? Niet de hele week, wel even: twee of drie dagen is genoeg voor de westpunt en de stad, en verder is het resort je thuisbasis. Boek de auto voor de middelste dagen van de week, dan houd je de eerste dagen voor bijkomen en de laatste voor het strand.
Wat je ook kiest, doe één ding: blijf niet de hele week aan het zwembad. De baai met de tweekleurige zee ligt er al, een uurtje verderop, en ze is mooier dan elke hotelfoto. Wie twijfelt tussen ver weg en verder weg, kan terecht in ons vergelijk van de Malediven, Zanzibar en Bali; mijn hart ligt bij alles voorbij de vijf uur vliegen, en Curaçao maakt het lijstje alleen maar langer.






